24/01/2026
Een kleinkind.
Een kleinkind, een megagroot geschenk,
dolverliefd in een oogwenk.
Ze hebben een groot stuk in je hart,
elk een deeltje heel apart.
Kleinkinderen, een bron van vitamientjes,
heerlijk als appelsientjes.
Ze hoeven zich niet te bewijzen,
je zal ze steeds de hemel inprijzen.
Kleinkinderen hebben is een groot geluk,
ook al zijn ze soms erg druk.
Hun aanwezigheid kan je behagen,
ook al stellen ze duizend vragen.
Kleinkinderen geef je onvoorwaardelijke liefde,
de hoogste graad in naastenliefde.
De liefde is steeds wederzijds,
ook al zie je hen maar deeltijds.
Ze weten je steeds te bekoren,
zonder hen voel je je verloren.
Je vindt ze steeds charmant,
wat ze vertellen is altijd interessant.
Ze zijn dan ook heel puur,
het mooiste wezen der natuur.
Ze zijn ook heel knap,
hun nabijheid zet je schrap.
Ze zijn steeds heel oprecht,
als grootouder ben je enorm gehecht.
Ze mogen je alles vragen,
ze laten je leven slagen.
Voor hen is niets te gek,
ze hebben dan ook die speciale plek.
Van hen kan je alles verdragen,
ze kunnen je leeftijd verlagen.
Kleinkinderen zijn een groot wonder,
als grootouder heel bijzonder.
Je hebt met hen een speciale band,
je wandelt graag hand in hand.
Als je opnieuw een keuze kon maken,
kleinkinderen weten je steeds te raken.
De geheimpjes die je samen deelt,
een zaligheid die je ego streelt.
Hun woorden, steeds onverbloemd,
een waterval door ons genoemd.
De waarheid uit een kindermond,
die maken ons leven al te bont.
Ik ben een grootouder, apetrots,
mijn kleinkinderen, mijn grote steunrots.